Toon Diependaele over Mest: vruchtbare voedingsbodem voor Mechelse starters

Toon Diependaele richtte Mest op. Deze vzw biedt startende ondernemers in Mechelen een betaalbaar pand om hun hun idee te uit te proberen. Daarnaast zorgt Mest voor kruisbestuiving en extra ondersteuning. Hierdoor ontstaat een win-winsituatie voor ondernemers, pandeigenaars én de stad Mechelen. Leer dankzij De weg naar de creatieve stad Mest kennen en ontdek 8 tips!

toon-diependaele.jpg

Leegstand

Het verhaal van de Mechelse organisatie Mest start in 2012. In die periode kent de stad veel leegstand door renovatie van publieke ruimtes. Heel wat handelszaken gaan failliet. Om een antwoord te bieden op deze leegstandsproblematiek zoekt Mest starters die bereid zijn om deze leegstaande panden (tijdelijk) in te vullen. Mest zoekt en selecteert niet alleen starters, maar matcht hen ook aan het juiste pand en begeleid bij de opstart. De organisatie gebruikt geen subsidies, maar laat de stad de leegstandsbelasting aanpassen. Het resultaat is dat in Mechelen de formule van kwijtschelding is toegevoegd aan het leegstandsreglement.

De starters betalen huur aan Mest. Deze is in het begin laag, maar verhoogt gradueel (over een periode van 1 jaar) tot een marktconforme huurprijs. Mest gebruikt een deel van deze huur om de eigen werking te betalen en het andere om de eigenaar van het pand (na 7 maanden) te vergoeden, als motivatie om verder te blijven verhuren aan Mest.

Stickers op gebouwen

Mest plaatst stickers op de leegstaande panden in ons beheer met de slogan “Zit je met een ei om je eigen zaak te beginnen?” Het is een beetje spelen met de reden waarom het stimuleren van ondernemerschap zo belangrijk is. Vele starters broeden op ideeën, maar durven geen eigen zaak te starten door de financiële risico’s: opstartkosten, huurwaarborg en een minimale huur van 3 jaar onder handelshuur.

Leren is vooruitgaan

Het verbaast niet dat volgens Eurostat de vrees om failliet te gaan de belangrijkste reden (28 %) is om de stap naar ondernemerschap niet te wagen. Het klimaat om te proberen, te testen en te leren als het om ondernemen gaat, is in onze cultuur spijtig genoeg afwezig. Terwijl net in dat leerproces de kern van vooruitgang ligt en in het testen de kern van innovatie. Niet voor niets zei Franklin D. Roosevelt ooit: “It is common sense to take a method and try it. If it fails, admit it frankly and try another. But above all, try something.”

Brede rol

Als facilitaire organisatie start je met de focus op één aspect: het aanbieden van ruimte. Maar organisaties zoals Mest komen al snel tot de constatatie dat die rol eigenlijk veel verder reikt. De ruimte dient als het opstapje voor de starter. Maar de invulling ervan heeft een impact op de microkosmos rond het leegstaande gebouw. De interactie met de bestaande zaken of de andere starters in de buurt zorgt voor een positieve dynamiek. Die en de starter moet je als organisatie ondersteunen.

Daarin moeten non-profit initiatieven dus fundamenteel verschillen van de steeds meer gecommercialiseerde anti-kraak leegstandbeheerders. Faciliteren gaat dan veel verder dan louter het aanbieden van een ruimte tegen gunstige voorwaarden. Een leegstaande ruimte krijgt pas die extra dimensie en maatschappelijke meerwaarde, als ze een plaats is van kruisbestuiving en interactie tussen verschillende disciplines.

8 tips van Mest voor organisaties die ondernemen stimuleren

  1. Lobby voor een formule van kwijtschelding van leegstandsbelasting toe te voegen in leegstandsreglement.

  2. Besteed algemene coaching, zoals het opstellen van een businessplan, uit aan partners (coaches, instellingen …). Focus op specifieke vragen.

  3. Spreek niet van businessplan of BMC (Business Model Canvas). Dat werkt drempelverhogend. Vertaal je verhaal naar volkstaal. Zeg niet “wil je ondernemen?” maar “heb je een idee en wil je het uitproberen?” Communiceer zo veel mogelijk met beelden.

  4. Bekijk ondernemen niet te eng. Zoek naar een brede invulling van individueel naar collectief en van commercieel naar sociaal-cultureel. Investeer vanaf het begin in een nauwe samenwerking met de stad en andere lokale stakeholders.

  5. Ontwikkel een ‘groeiplan’ voor de starters: evolueer van een deel van de normale huurprijs naar het volledige bedrag over één jaar tijd. Vergoed ook tijdig de pandeigenaar om hem te blijven motiveren.

  6. Zorg van bij het begin voor de juiste mensen in je team. 1 van de medewerkers heeft zelf een migratieachtergrond en stuurt regelmatig kandidaat-starters door van haar netwerk. 1 andere medewerker is ouder en halftijds in dienst. Zij trekt dan weer een andere doelgroep aan.

  7. Investeer van in het begin in een nauwe samenwerking met de stad en andere lokale stakeholders zoals gangmakers, buurtdragers en vrijwilligers. Dat is de enige manier om je project een solide draagvlak te geven.

  8. De communitymanager mag niet dezelfde persoon zijn als de administratieve verantwoordelijke. Stel jezelf de vraag wat hij/zij terugkrijgt voor die inzet en verwacht niets voor niets. Bij een van de panden kreeg de communitymanager bijvoorbeeld de hele gelijkvloerse verdieping ter beschikking zonder meerprijs. Als tegenprestatie kunnen andere leden steeds bij hem terecht en houdt hij de community bij elkaar. Hij is ook iets ouder en heeft dus ‘gezag’ bij jongere starters.

Bekijk de promovideo van Mechelen over het leegstandproject van Mest.


Ontdek meer visies, cases en tips over hoe je ondernemen mogelijk maakt

Allemaal voor jou gebundeld in het boek De weg naar de creatieve stad. Daarin lees je hoe je stadsbuurten herwaardeert en de drempel tot ondernemen verlaagt. Relevant voor iedereen die een steentje wil bijdragen om de weg te plaveien naar een creatieve stad.

Met handige tips & tricks, inspirerende cases uit Vlaanderen, Brussel en Europa bijdrages van Marianne Thyssen, Pascal Cools, Piet Colruyt, Sihame El Kaouakibi, Eva Curto Izquierdo, Erwin De Bruyn en vele andere experten.

Creative Cities vzw